Skip to content

Boekbespreking Aan de lopende band van Joseph Ponthus

Door gastauteur Bettina Grissen van de blog Bettina Schrijft.


Joseph Ponthus is opgeleid als jeugdwerker en hij werkte in Parijs. Toen hij echter trouwde en met zijn vrouw naar Bretagne vertrok, was er geen werk voorhanden in zijn eigen vakgebied en moest hij aan de slag als uitzendkracht.

Hij kwam te werken aan de lopende band van verschillende fabrieken. Hij pakte vis over, kookte en verwerkte allerlei soorten vis en schelpdieren, werkte in een fabriek waar gepaneerde vis werd gemaakt, liet tofu uitlekken in enorme brokken en werkte maandenlang in een abattoir waar de karkassen van koeien hangend aan een railing naar de koelwagens geduwd moesten worden.

Je kunt je werk op verschillende manier oppakken en in het begin van het boek haalt Joseph Ponthus een parabel van Paul Claudel aan, van drie steenhouwers in Chartres die alle drie hetzelfde zware werk doen. Waar de eerste alleen maar klaagt en de tweede het vooral ziet als een middel van bestaan, heeft de derde het idee dat hij meehelpt aan het bouwen van de kathedraal, de reden dat hij zijn werk met een stralend gezicht kan doen.

Het werkt in de fabriek is aan de ene kant verschrikkelijk zwaar, soms bijna niet vol te houden. Dan voelt Joseph Ponthus spieren die hij niet eens kent protesteren tegen de mishandeling die ze ondergaan, dan kan hij na het werk alleen maar voor zich uitstaren en ziet hij alweer op tegen de maandag als het werk weer begint. Tegelijkertijd zijn er ook de camaraderie en de onderlinge steun die ervoor zorgen dat je het wél kunt volhouden. En alles went uiteindelijk.

Op sommige dagen gaat het werk vlot en helpen ze een andere lopende band om ook eerder klaar te zijn zodat ze met z’n allen wat eerder naar huis kunnen, op andere dagen begeeft de machine het of is er een uitzendkracht die niet goed meedoet en de hele geoliede productielijn doet stokken.

Joseph Ponthus heeft tijdens het montone werk ook zijn gedachten, de boeken waar hij aan denkt, de liedjes en de gedichten die hem helpen het werk vol te houden, net zoals zijn overpeinzingen aan zijn vrouw, hun hond (Pok-Pok) en hoe fijn de zondag kan zijn. Daarom is het beslist geen monotoon boek, maar blijkt het boeien.

Heel bijzonder is de manier waarop dit allemaal beschreven wordt, de korte zinnen en de manier waarop de tekst is opgebouwd helpen mee om een bepaald ritme te creëren, bijna als een gedicht om de lopende band op te roepen. Het werkt bijna hypnotiserend en het leest bijzonder prettig als je er na een bladzijde of wat aan gewend bent.

Neem bijvoorbeeld het volgende stukje dat gaat over het abattoir:

Het gaat dus allemaal een stuk minder snel

Jongens die niet weten hoe ze de machines moeten

bedienen. 

De goede hendels moeten overhalen

De wissels van de rails moeten omzetten. 

De karkassen hebben vast de tijd van hun leven

en genieten van hun postume wraak

Vallen om het hardst

Zo’n vijftien per dag

De hel. 

Aan de lopende band, aantekeningen uit de fabriek is een bijzondere debuutroman die ik erg mooi vond. Het geeft een beeld van het werk dat een groot deel van de mensheid doet en waar je je niet altijd bewust van bent als je je pakje vis of vlees uit de supermarkt haalt. Mooi hoe Joseph Ponthus dit werk doet en er niet op neerkijkt of met een soort neerbuigendheid in die fabriek staat (ik heb gestudeerd, ik ben beter dan dit werk), maar juist gewoon hard aanpakt. Ik kan hier alleen maar heel veel respect voor hebben.

Ik hoop dat dit niet het enige boek is dat Joseph Ponthus zal schrijven, ik wil namelijk meer van hem lezen!

Originele Franse titel: À la ligne. Feuillets d’usine (2019)

Nederlandse vertaling: Floor Borsboom

Ga naar het boek Aan de lopende band

joseph ponthus aan de lopende band